woensdag 7 januari 2026

De Grote Gele Kwikstaart als tuinvogel

 

Grote Gele Kwikstaart

DE GROTE GELE KWIK

Al enkele dagen scharrelt de Grote Gele Kwikstaart regelmatig  bij ons in de achtertuin, opzoek naar voedsel.
Normaal zien we hem ieder jaar wel een keertje op de platte daken van de schuurtjes.
Maar ja daar ligt nu wel erg veel sneeuw op.

Een bijzondere verschijning tussen de mussen, kool- en pimpelmezen, kauwen, hout- en tortelduiven en andere gasten die het voer weten te vinden.
Voeren doen we het hele jaar door en dat weten alle vogels uit de buurt.

De Grote Kwik valt op door zijn gele kleur en lang staartje dat bijna voortdurend op- en neer gaat. Foerageert gewoon tussen de rest. Alleen voor de kauwen gaat hij graag even een blokje om.
Leuk om hem op de foto te kunnen zetten en wel in de sneeuw in de eigen achtertuin.

De Kwik tussen de tuinvogels

Grote Gele Kwikstaart

Roodborst

Grote Gele Kwikstaart

Huismussen

Huismus, vrouw

Grote Gele Kwikstaart

Kauwen

Kauw

Grote gele Kwikstaart

Pimpelmees

Grote Gele Kwikstaart 

Koolmees

Grote Gele Kwikstaart

Houtduif

Vink

Vink

Grote Gele Kwikstaart

DE GROTE GELE KWIKSTAART

De Grote Gele Kwikstaart nestelt langs snelstromende beken in natuurlijke oevers of onder bruggen en aan gebouwen. Het merendeel broedt in Twente, de oostelijke Achterhoek en Zuid-Limburg. In Noord-Brabant is deze soort duidelijk in opmars.

Hoewel niet precies bekend is waar onze broedvogels overwinteren, kan dat niet ver weg zijn. Strenge en koudere winters, zoals midden jaren tachtig en negentig, en ook weer rond 2010, zorgen namelijk voor forse inzinkingen. De stand heeft na een aderlating verschillende jaren nodig om te herstellen.

De najaarstrek vindt plaats in september en oktober, als kleine aantallen doortrekken, meestal alleen of hooguit met enkele vogels. Deze grote gele 'kwikken' zijn afkomstig uit Duitsland, waar grote populaties leven die deels westelijk en noordwestelijk trekken. Ook trekken er vogels door uit het zuiden van Scandinavië en vermoedelijk uit Polen. In de winter zijn de aantallen een stuk lager. Onze eigen broedvogels trekken deels weg; naar het zuiden, tot aan de Pyreneeën.

Voor wie de harde, blikkerige roep kent, kondigt een trekker zich soms al op honderden meters aan. In het voorbijvliegen valt de zeer lange, dunne staart op en, bij goed licht, de lichte vleugelstreep en de gele buik en onder-staart.

In de verstedelijkte delen van ons land is de Grote Gele Kwikstaart 's winters een normale verschijning  ook in steden en dorpen waar ze op platte daken een gewone verschijning zijn (vogels van elders).
De overwinteraars verdwijnen in maart, wanneer ook de weggetrokken broedvogels weer terugkeren. De honderden overwinteraars in het westen en noorden van het land moeten wel van buitenlandse herkomst zijn.

Eind oktober of begin november is de trek grotendeels voorbij. Er blijven behoorlijke aantallen in ons land overwinteren, zowel binnen regio's waar de soort broedt als daarbuiten. In een slappe winter als die van 2013/14 is de verspreiding binnen ons land heel ruim.

Voedsel

Allerlei kleine ongewervelde dieren die in of bij het water leven; vooral insecten, maar ook spinnen, vlokreeftjes en kleine slakjes. Als insecten worden met name vliegen, muggen, kokerjuffers, haften, steenvliegen en kevers in het voedsel aangetroffen.

Bron Sovon  / Vogelbescherming

Geen opmerkingen:

Een reactie posten