Posts tonen met het label kleine vos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kleine vos. Alle posts tonen

zondag 8 maart 2015

Vogels vliegen

Grutto's
Ik loop met de camera door de natuur en hoop dat een vogel even blijft zitten tot dat ik de foto gemaakt heb. Soms lukt het en soms niet, en vliegt zo’n beestje weg. Dat is het nadeel van een vogelaar die foto’s maakt, dat vogels kunnen vliegen.

Maar het kunnen ook mooie beelden opleveren als de vogels gaan vliegen, tenminste als alle vogels in één keer op de vleugels gaan en even een showtje geven voordat ze weer neerstrijken. Bekend zijn de prachtige filmbeelden van spreeuwen, die figuren maken in de lucht.
Indrukwekkend zijn ook de Grutto’s die massaal opstijgen uit het water. Enkele korte vluchten maken en vervolgens weer terugkeren op het eilandje in de plas van de Waverhoek.
Maar ook de Kieviten, zwanen, ganzen en Kluten lieten zich in de lucht zien.

Grutto

Grutto

Grutto

Kievit

Knobbelzwaan

Spreeuw

Kluut

Kluut

Kolgans

Kleine Vos
Vlinders in de vlucht zijn niet met de camera te vangen. Geeft wel een echte lente gevoel om ze nu weer te zien fladderen.

maandag 10 maart 2014

20 graden

Citroenvlinder
Zondag 9 maart 2014, net geen 20 graden in De Bilt, maar wel over de 20 in het zuiden van het land. De stranden lopen vol met strandgangers en in onze regio is het druk op straat met wandelaars en fietsers.
Ideaal om naar buiten te gaan en voor zover mogelijk de stille plekjes in de natuur op te zoeken. 


lente
Onderweg op de fiets in de zon, denk ik aan de rijm die volgt na een strenge winter,
waarbij gezegd wordt. “We zijn er nog niet, want “ :
Maart roert zijn staart,
April doet wat hij wil,
En in Mei leggen alle vogels een ei.

Kleine vos
Uit het verleden herinner ik me nog,  dat er in april nog vorst was.
Maar hoeveel waarde heeft dit rijmpje als er helemaal geen winter is geweest.
Gewoon afwachten.

Groot koolwitje
Het ontbreken van de winter en het mooie weer brengt de natuur in verwarring.

De vissen zitten normaal in de winter op de bodem van de vijver. Dit jaar dus niet.
De vlinders fladderen er al lustig op los.

Gehakkelde aurelia
De Nijlgans zwemt in de Haarrijnseplas met een sliert jongen achter zich aan.

Het gras wordt al gemaaid.

Nijlgans
De Geraniums hebben zelfs buiten de winter overleefd.


Een zomers blogje.

Thuis gebeld door Maria. Kuifduiker in onze plas. Camera mee en er op uit. Na enig zoeken de kuifduiker gevonden en vast gelegd. De nieuwsgierige knobbelzwaan ook maar meegenomen (op de foto)

Boomklever

Boomklever, leuk de vlekken onder de staart

Kuifduiker

jonge Knobbelzwaan

voorjaar

dinsdag 20 augustus 2013

Wespenspin

Wespenspin
Tim Kreetz, de boswachter van Natuurmonumenten Haarzuilens, kwam een prachtige wespenspin tegen. Zette die op facebook en kwam vervolgens met de foto in het AD.

Kleine Vos

Oranje Zandoogje

Icarusblauwtje

Luzernvlinder

Atalanta
Toevallig, echt toevallig maakten we aan de andere kant van Haarzuilens een rondje door de natuur. In het zonnetje genoten de vlinders van het weer en de bloemen. En wij genoten van de vlinders.
Tussen de vlinders ontdekte Riet ook een wespenspin, bezig met het inkapselen van zijn buit.


Dagpauwoog

Klein Koolwitje

Koperuiltje
Echt een opvallende spin en flink groot. Waar zijn naam vandaan komt is wel duidelijk.

Wespenspin
De naam 'wespspin' heeft alles te maken met het uiterlijk; de spin kan niet steken en de beet is ongevaarlijk voor mensen. De naam is vooral te danken aan het relatief zeer grote vrouwtje. Ze heeft een zwart achterlijf met heldere gele, witte en diepzwarte grillige banden, vooral vlak voor het afzetten van de eitjes is het achterlijf sterk opgezwollen. De buikzijde van het achterlijf heeft twee gele strepen in de lengterichting. Het cephalothorax of kopborststuk is zilverachtig behaard en de poten zijn duidelijk bruinzwart met geelgrijs gebandeerd. Ondersteboven zittend in het web valt de spin daardoor goed op, maar wordt door veel vijanden juist met rust gelaten vanwege het wesp-achtige uiterlijk. De wespspin is een van de grootste Europese spinnen, en is vanwege de lengte en kleuren moeilijk over het hoofd te zien, zelfs voor mensen die niets van spinnen weten is de soort ook makkelijk op naam te brengen. Vrouwtjes worden ongeveer 15 millimeter lang, gemeten van de kaken tot aan de punt van het achterlijf, door de grote dikke poten lijkt de spin aanzienlijk groter. Mannetjes zijn dofbruin en veel kleiner, ze worden maximaal 5 millimeter. Vanwege hun geringe grootte worden de mannetjes maar zelden opgemerkt.

In Nederland was deze soort vrij zeldzaam, ze werd pas in 1980 ontdekt in Limburg. De laatste jaren rukt de spin op naar het noorden, mogelijk door de warmere zomers als gevolg van de klimaatsverandering. De spin is nu in alle Nederlandse provincies gezien.
Het mannetje van deze soort kan hooguit 2 keer paren omdat hij bij het paren één van zijn twee genitaliën in het vrouwtje laat zitten. Dat verkleint de kans dat andere mannetjes zich succesvol kunnen voortplanten met het vrouwtje. Het mannetje wordt echter na de paring vrijwel altijd ingesponnen en later opgegeten door het vrouwtje zodat een tweede paring eerder uitzonderlijk is. Hij dient het vrouwtje tot voeding, wat de ontwikkeling van zijn nageslacht ten goede komt. Als het mannetje geluk heeft is het vrouwtje pas verveld, dan zijn haar kaken nog zacht en maakt hij de grootste kans om te paren zonder opgegeten te worden voor zijn sperma is afgegeven.
Een mannetje leeft ook aanzienlijk korter; nadat hij volwassen is slechts enkele dagen. Ongeveer een maand na de paring, rond augustus, worden de eitjes afgezet in een relatief enorme, gelige eicocon. Een cocon bevat honderden eitjes en wordt door het vrouwtje bewaakt tot ze sterft. Ongeveer een maand nadat de cocon is gesponnen komen de jonge spinnetjes (spiderlings) uit het ei, maar verlaten de cocon pas in maart van het volgende jaar.
Gedurende de winter kunnen de donker gestreepte eicocons worden aangetroffen, ze zijn moeilijk over het hoofd te zien omdat ze zo groot zijn als een golfbal en meestal tussen grashalmen of struiken worden opgehangen.
De wespspin richt zich vooral op springende en laagvliegende prooien zoals sprinkhanen, libellen en kevers, die tussen de grassen leven. Deze dieren zijn ook wat groter, andere spinnen vangen liever wat kleinere prooien als vliegen en muggen. (bron: Wikipedia)

donderdag 4 juli 2013

Vogels enzo

kleine karekiet
Voor de familie heb ik maar vogeltjes in de kop gezet. Na de blogs over de kleinkinderen, nu maar weer eens wat natuur. Een kleine verzameling van de afgelopen week na een bezoek aan het natuurgebied bij Polsbroekerdam en Waverveen.

roze pelikaan
Waverveen had een opdracht. Op zoek naar de roze pelikaan. Niet echt een vogel die bij ons in de natuur thuis hoort, maar een vogel die ontsnapt is en zelfs de naam Camilla heeft.

Kaapse Casarca
Maria zag de vogel op de plas tussen de kluten en eenden. Mooi om zo’n vreemde vogel op de foto te zetten. Onderweg zat er nog een vreemde eend in de bijt. Bleek een Kaapse casarca te zijn. Ook een escape en bijzonder voor ons gebied. Wel leuk in de Waverhoek liepen nog een paar heel kleine kluutjes rond, naast de volwassenen en bijna volwassenen.


De natuur in Polsbroekerdam leek op de bekende natuurplaten die vroeger in de lagere school hingen. In één plaatje diverse watervogels. De kemphaan, kievit, visdief en grutto. Prachtig toch.

kemphanen en grutto

kievit

visdief

klein kluutje

jonge kluut

volwassen kluut

Maar de natuur heeft maar dan vogels en wat je tegen komt op de distel is ook mooi om op de foto te zetten.
kleine vos

gamma-uil

mug ??
 

zondag 14 april 2013

Oog voor de natuur

ringslang
Natuurlijk gaat een vogelaar op pad om vogels te kijken. Maar ja daarnaast kan je nog meer genieten van de natuur. De geitjes die in de wei lopen, een vlinder die langs een pad vliegt, de planten en bomen die in eens hun groen laten zien bij een lekker zonnetje.



kleine vos
bruine kiekendief
Vanzelfsprekend krijgt de bruine kiekendief en de buizerds in de lucht de volle aandacht. Maar als de blik dan valt op een ringslang die de sloot oversteekt en zich vervolgens goed laten bekijken door enige tijd rustig langs de waterkant te blijven liggen, is dat toch ook wel heel erg leuk. Zeker als het in al die tijd dat we in de natuur lopen het voor de eerste keer is dat we de ringslang echt goed zien.
ringslang
De ringslang (Natrix natrix) is een slang uit de familie gladde slangen (Colubridae) en de onderfamilie Natricinae of eierlevendbarende waterslangen.
De ringslang heeft een groot verspreidingsgebied in Europa en komt ook voor in Nederland en België, net als de gladde slang en de adder. De ringslang is hier in veel streken het enige reptiel, de slang is ongevaarlijk en niet giftig voor de mens. Het is een schuwe en rustige soort die zelfs bij directe bedreiging maar zelden bijt. De ringslang kan een lengte bereiken van meer dan een meter en is betrekkelijk eenvoudig te onderscheiden aan de kleuren en de kenmerken van de ogen. Mannetjes blijven een derde kleiner dan vrouwtjes. Het mannetje wordt 80 tot 100 centimeter, het vrouwtje 90 tot 140 centimeter. Op het menu staan voornamelijk kikkers die langs de oevers van verschillende wateren buitgemaakt worden. De ringslang is slank en heeft een lange staart.
De ringslang dankt zijn naam aan de gele vlekken aan weerszijden van de hals, net achter de kop, die aan de bovenzijde soms samenvloeien en doen denken aan een ring. Op de zijkanten van de kop zijn aan de onderzijde vaak gele vlekken tot strepen aanwezig. De ogen zijn relatief groot en hebben een ronde pupil, wat samenhangt met de dag actieve levenswijze.
De landen waar de ringslang voorkomt zijn: Albanië, Algerije, Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, België, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, China (Sinkiang), Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk (Corsica), Georgië, Griekenland (Limnos, Lesbos, Paros, Antiparos, Despotiko, Chios, Samos, Samothrake, Andros, Korfu), Verenigd Koninkrijk, Hongarije, Iran, Italië (inclusief Elba), voormalig Joegoslavië (Kroatië en enkele Adriatische eilanden), Kazachstan, Letland, Litouwen, Luxemburg, Macedonië, Marokko, Moldavië, Mongolië, Montenegro, Nederland, Noorwegen, Oekraïne, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Rusland, Servië, Slovenië, Spanje, Syrië, Tsjechië, Tunesië, Turkije, Turkmenistan, Zweden en Zwitserland.Alleen in Ierland ontbreekt de soort, hier komt geen enkele slang voor. Volgens de legende zouden de slangen uit Ierland zijn verdreven door de heilige Sint Patrick .
De habitat van de ringslang moet aan een aantal eisen voldoen. Ringslangen hebben vaak een gebied waar ze overwinteren, veelal onder takkenbossen en braamstruiken in oude konijnenholen op zandige hellingen. Soms worden oude ijskelders of zelfs kelders van woningen gebruikt. Ze hebben rustige plekjes nodig waar ze kunnen zonnen. Te veel ruigte en bomen ontnemen de slang deze belangrijke behoefte maar in een te open terrein zijn ze erg kwetsbaar voor predatoren.
In landen als Nederland en België is het eigenlijk te koud voor slangen maar door gebruik te maken van broedhopen kunnen de eieren zich toch ontwikkelen. De ringslang is een gespierde, snelle slang die zich relatief snel kan verplaatsen op het land en met name een zeer goede zwemmer is en uitstekend kan duiken. Meestal zwemt de slang echter met de kop net boven water. De slang is dag actief, en jaagt voornamelijk langs de oevers van het water op kikkers en salamanders.
De ringslang is de enige eierleggende slang in Nederland en België, de adder en de gladde slang zijn beide eierlevendbarend. Dit heeft te maken met het relatief koele klimaat in het noordelijke deel van Europa, de adder en de gladde slang dragen de eieren net zo lang met zich mee tot de jongen volledig zijn ontwikkeld. De moederslang neemt gedurende de zwangerschap vaak een zonnebad wat haar lichaamstemperatuur verhoogt en de ontwikkeling van de embryo's versnelt.
Er worden 8 tot 40 eieren geproduceerd per legsel, gemiddeld 30 en maximaal ongeveer 50 eitjes, afhankelijk van de grootte van het vrouwtje. De vrouwtjes zetten de eitjes in juli of augustus af, niet zelden bij legsels van soortgenoten. De eieren van de ringslang zijn zeer kleverig zodat ze aan elkaar plakken, dit vermindert de kans op uitdroging. Afhankelijk van de temperatuur komen de juvenielen na vijf tot tien weken uit het ei, over het algemeen in de eerste weken van september. De jonge slangen zijn ongeveer 13 tot 20 centimeter lang, ze zijn direct zelfstandig en zodra ze voor het eerst zijn verveld zoeken ze direct naar voedsel.
Net als alle slangen oriënteert de ringslang zich voornamelijk op de reuk; door de tong regelmatig uit de bek te steken (tongelen) worden geurdeeltjes opgenomen die naar het orgaan van Jacobson worden geleid. Dit is een vomeronasaal orgaan dat gelegen is in het verhemelte. Zowel prooien als vijanden kunnen worden waargenomen nog voordat deze de slang hebben opgemerkt.
Vijanden van de ringslang zijn onder andere roofvogels zoals de slangenarend en vogels als ooievaars en zoogdieren als egels en marterachtigen als de bunzing. Deze laatste vreten de slang aan, de roofvogels en ooievaars plukken de slang van de grond. De belangrijkste vijand is de mens, door de habitatvernietiging, ook het achteruitgaan van prooidieren (kikkers) in aantal en verspreidingsgebied drijft de ringslang terug.
In Nederland en België is de ringslang een zeldzame soort die op de rode lijst staat, het is verboden de slangen te verstoren, te vangen of te doden. Buiten de Benelux komen ringslangen in grotere aantallen voor, bij de internationale organisatie voor de monitoring van diersoorten, de IUCN, is de ringslang geclassificeerd als niet bedreigd.
In de landen rond de Kaukasus staat de ringslang op het menu, vooral in het noordwesten van Armenië is 'Byrkbigm' nog steeds een populair gerecht. De ringslang dient eerst te worden ontdaan van de kop, botten, organen en huid. Het vlees moet dan ongeveer vier uur worden gekookt in kruidenwater (dat onder meer thijm en laurier bevat). Vaak worden na drie uur aardappels en wortels toegevoegd. In combinatie met de byrkbigm wordt vaak cognac gedronken (de nationale drank in Armenië). Aangezien de ringslang in België en Nederland beschermd wordt, is het niet toegestaan het dier hier te vangen voor de bereiding van byrkbigm. (bron Wikipedia)