Posts tonen met het label atalanta. Alle posts tonen
Posts tonen met het label atalanta. Alle posts tonen

donderdag 10 oktober 2013

Vogelen in Zeeland

Steenlopertjes langs de waterlijn
Nog één keer Zeeland. Alle vogels, gezien in Zeeland, zijn inmiddels ingevoerd op waarneming.nl. Een aardige uitzoekerij om de leukste foto’s er tussenuit te halen en ze vervolgens op de juiste datum en plaats op de kaart te zetten.
In het weekje vakantie bijna zestig verschillende soorten op de foto gezet. Leuk al die lopertjes langs de waterkant.
 
Zeeland is kleigrond, kust, dijken, duinen, wind en water. Een totaal andere biotoop dan onze eigen omgeving.
Hop (bewijsplaatje)
Als nieuwe soort, de Hop kunnen noteren. Hij staat op de foto, maar hield even niet van poseren en verdween in het struikgewas.
Er valt veel te vertellen,  ook met foto’s. Een selectie.

Bontbek plevier

Kanoet

Scholekster

mooi gebied

Paarse strandloper

maat 41

Steenloper

Zilverplevier

Vuurtoren, westkapelle

Bonte strandloper

Oeverpieper

Tapuit

Meeuwen

Afkomstig van ???

Wulpen

Steenlopers

Kemphanen

Brandganzen

Scholeksters

Roodborst met tegenlicht

In de lucht, herkenbaar.
de witte staart van de grauwe gans, de witte vlerken van de krakeend
de zwarte vleugeltippen van de sneeuwgans

Atalanta

Gehakkelde aurelia

Kleine vuurvlinder

Oranje luzernevlinder

dinsdag 20 augustus 2013

Wespenspin

Wespenspin
Tim Kreetz, de boswachter van Natuurmonumenten Haarzuilens, kwam een prachtige wespenspin tegen. Zette die op facebook en kwam vervolgens met de foto in het AD.

Kleine Vos

Oranje Zandoogje

Icarusblauwtje

Luzernvlinder

Atalanta
Toevallig, echt toevallig maakten we aan de andere kant van Haarzuilens een rondje door de natuur. In het zonnetje genoten de vlinders van het weer en de bloemen. En wij genoten van de vlinders.
Tussen de vlinders ontdekte Riet ook een wespenspin, bezig met het inkapselen van zijn buit.


Dagpauwoog

Klein Koolwitje

Koperuiltje
Echt een opvallende spin en flink groot. Waar zijn naam vandaan komt is wel duidelijk.

Wespenspin
De naam 'wespspin' heeft alles te maken met het uiterlijk; de spin kan niet steken en de beet is ongevaarlijk voor mensen. De naam is vooral te danken aan het relatief zeer grote vrouwtje. Ze heeft een zwart achterlijf met heldere gele, witte en diepzwarte grillige banden, vooral vlak voor het afzetten van de eitjes is het achterlijf sterk opgezwollen. De buikzijde van het achterlijf heeft twee gele strepen in de lengterichting. Het cephalothorax of kopborststuk is zilverachtig behaard en de poten zijn duidelijk bruinzwart met geelgrijs gebandeerd. Ondersteboven zittend in het web valt de spin daardoor goed op, maar wordt door veel vijanden juist met rust gelaten vanwege het wesp-achtige uiterlijk. De wespspin is een van de grootste Europese spinnen, en is vanwege de lengte en kleuren moeilijk over het hoofd te zien, zelfs voor mensen die niets van spinnen weten is de soort ook makkelijk op naam te brengen. Vrouwtjes worden ongeveer 15 millimeter lang, gemeten van de kaken tot aan de punt van het achterlijf, door de grote dikke poten lijkt de spin aanzienlijk groter. Mannetjes zijn dofbruin en veel kleiner, ze worden maximaal 5 millimeter. Vanwege hun geringe grootte worden de mannetjes maar zelden opgemerkt.

In Nederland was deze soort vrij zeldzaam, ze werd pas in 1980 ontdekt in Limburg. De laatste jaren rukt de spin op naar het noorden, mogelijk door de warmere zomers als gevolg van de klimaatsverandering. De spin is nu in alle Nederlandse provincies gezien.
Het mannetje van deze soort kan hooguit 2 keer paren omdat hij bij het paren één van zijn twee genitaliën in het vrouwtje laat zitten. Dat verkleint de kans dat andere mannetjes zich succesvol kunnen voortplanten met het vrouwtje. Het mannetje wordt echter na de paring vrijwel altijd ingesponnen en later opgegeten door het vrouwtje zodat een tweede paring eerder uitzonderlijk is. Hij dient het vrouwtje tot voeding, wat de ontwikkeling van zijn nageslacht ten goede komt. Als het mannetje geluk heeft is het vrouwtje pas verveld, dan zijn haar kaken nog zacht en maakt hij de grootste kans om te paren zonder opgegeten te worden voor zijn sperma is afgegeven.
Een mannetje leeft ook aanzienlijk korter; nadat hij volwassen is slechts enkele dagen. Ongeveer een maand na de paring, rond augustus, worden de eitjes afgezet in een relatief enorme, gelige eicocon. Een cocon bevat honderden eitjes en wordt door het vrouwtje bewaakt tot ze sterft. Ongeveer een maand nadat de cocon is gesponnen komen de jonge spinnetjes (spiderlings) uit het ei, maar verlaten de cocon pas in maart van het volgende jaar.
Gedurende de winter kunnen de donker gestreepte eicocons worden aangetroffen, ze zijn moeilijk over het hoofd te zien omdat ze zo groot zijn als een golfbal en meestal tussen grashalmen of struiken worden opgehangen.
De wespspin richt zich vooral op springende en laagvliegende prooien zoals sprinkhanen, libellen en kevers, die tussen de grassen leven. Deze dieren zijn ook wat groter, andere spinnen vangen liever wat kleinere prooien als vliegen en muggen. (bron: Wikipedia)