maandag 1 juni 2020

Rondje langs de kasten.




Tijs, ik heb dit jaar nog helemaal geen steenuiltjes gezien.
Maar dat kan ik regelen zegt Tijs,
ik heb nog een aantal kasten die gecontroleerd moeten worden.
Dus op een mooie 2e Pinksterdag op pad om een aantal kasten te controleren.
Allemaal in de buurt van Mijdrecht en omgeving.




Een arbeidsintensieve bezigheid.
Naast de vele kilometers rijden door het groene land, komt er nog wel wat werk bij.
Even langs de boer of boerin voor een praatje of er wel activiteiten zijn bij de kast.
De ladder op, de boom in naar de steenuilenkast
Met een accu schroefmachine de kast openmaken.
Controleren wat er in de kast zit of zat.
Terugkoppeling naar de eigenaar van de kast




Er zit geen plaatje op de kast met het opschrift “Alleen voor steenuiltjes”
Dus zijn er kapers op de kust en ligt er soms een spreeuwennest in de kast.
De eerste drie kasten waren nu leeg en bleken gekraakt door spreeuwen.

Maar de drie volgende kasten zijn wel in gebruik door een paartje steenuilen.
Mooie legsels van drie en vier stuks.
De jongen waren al mooi op leeftijd om geringd te worden.




Natuurlijk werden er volop foto’s gemaakt, maar niet alleen door mij.
Soms worden vrienden of familieleden ingeseind, dat de ringer langs komt om de jonge uiltjes te ringen. Een ontvangstcomité staat dan klaar om mee te kijken of Tijs de vogels wel de juiste ring omdoet. 




En zeg eens eerlijk, het blijven leuke beestjes om naar te kijken.





Onder toezicht ringen, meten, wegen, en registeren.
Daarna pas de foto's














woensdag 27 mei 2020

Wat ontzettend klein

Kerkuilenkast
bezet door Torenvalk
Samen met Johan een namiddag op pad om enkele kasten te controleren.
Zijn de kasten wel door de juiste bewoners bezet ?
Zijn de ouders al geringd en kennen we die ?
Zijn er al eieren in de kast ?
Zijn er al jonge vogels in de kast ?
Zijn ze al groot genoeg om te ringen?


Samen naar een boerderij, waar twee kerkuilenkasten hangen.
In de schuur wordt er druk gevlogen door de boerenzwaluwen, die er zelf een nest gebouwd hebben. Ook een winterkoning heeft ergens zijn nestje en verdween even met een bek vol tussen de landbouwmachines in de schuur.


Nu, de eerste kerkuilenkast die we bekijken, is bezet door een torenvalk.
Wel leuk, de torenvalk is vorig jaar als jong geringd bij de buren.

Kerkuilenkast
hoog in de schuur
Bij controle van de andere kast blijken beide ouders thuis te zijn.
Moeder werd in 2014 geringd in Hoogmade (ongeveer 22 km vanaf haar huidige woonplaats).

Kerkuil - vader



Moeder had goed haar best gedaan. In de kast lagen 2 eieren en 2 net uit het ei gekropen jonge kerkuiltjes.

Kerkuil - moeder



Wat is zo’n uiltje heel ontzettend klein.
Er moet nog heel wat gegeten worden, voordat hij in de nacht zelf op pad kan.
een Kerkuiltje tussen twee eieren
wat ontzettend klein
Mooi om dit zo van dichtbij te zien.
Voor de ringers van uilen en roofvogels is dit momenteel bijna dagelijks werk.
Alle kasten moeten in deze periode een paar keer gecontroleerd worden. Zie het lijstje in deze blog.
En alle kasten hangen hoog in de schuur en soms moet er om een aantal obstakels heen of over geklommen worden.
Tijdens de controle worden het liefst de ouders ook terug gevangen.
Door een net voor de opening te houden wordt de ouder opgevangen als hij of zij, of beiden de nestkast verlaten.(zie eerste foto) Bij controle levert dit de informatie op over herkomst en ouderdom.

Doek voor de opening om het geheel rustig te houden.
Even later wordt de doek weer weggetrokken
Na controle worden de ouders teruggezet in de kast. Om het rustig te laten verlopen wordt de uitgang even afgedekt met een doek (zie laatste foto).
Na een paar minuten wordt de doek weggetrokken en blijven de ouders in de kast.

dinsdag 26 mei 2020

Roodhalsfuut in de plas

Roodhalsfuut
Niet nieuw, maar wel leuk dat de Roodhalsfuut weer in de Haarrijnseplas zwemt.
Zo’n beetje om de twee jaar verschijnt hij in de plas.
Na de melding van Maria, direct maar even langs voor een bewijsplaatje.
De Haarrijnseplas is zo’n beetje onze plas, waar we zeker op vogel gebied alles volgen.

Roodhalsfuut
De volgende ochtend op tijd maar terug en de Roodhalsfuut zwemt er nog rustig rond.
Druk aan het poetsen, met maar weinig aandacht op wat er zich om hem heen afspeelt.
Genoeg tijd om wat leuke plaatjes te maken.

Roodhalsfuut

ROODHALSFUUT
In prachtkleed goed herkenbaar aan sterk contrasterende tekening van roodbruine hals, gedeeltelijk grijswitte kop met zwart bovendeel. Snavel zwart met geel aan de basis. Winterkleed grijsbruin van boven, onder wit, koptekening met zwart tot onder de ogen, grijsbruine wangen en witte bef/oorstreek. Kleiner en meer gedrongen dan gewone fuut. Teugel (tussen oog en snavel) i.t.t. bij fuut donker. Jongen gestreept.

Roodhalsfuut
LEEFGEBIED
Heeft in vergelijking met gewone fuut voorkeur voor kleinere wateren van soms zelfs minder dan 1 ha. Het kunnen ook meertjes zijn in dicht bosgebied. Hoeveelheid vis van minder belang dan beschikbaarheid ongewervelden, samenhangend met rijke vegetaties. Broedplaatsen vaak gedeeld met broedkolonies meeuwen, die voor bescherming zorgen. In winter vooral op zout water (baaien, ondiepe kusten).

Roodhalsfuut
VOEDSEL
Hoofdzakelijk ongewervelden, met name waterinsecten en hun larven, ook grondinsecten en in mindere mate vis. Prooien worden duikend of zwemmend over het wateroppervlak met hoofd onderwater bemachtigd. Insecten worden ook van wateroppervlak of van watervegetatie gepakt.

Roodhalsfuut
VOGELTREK
Vanuit de Europese broedgebieden kent de roodhalsfuut zowel trekbewegingen als gewone verspreiding vanuit het broedgebied naar andere wateren, met name getijdegebieden. Europese overwinteringsgebieden zijn langs de Europese westkust, Baltische en Kaspische Zee, ook wel Zwarte Zee. In ons land na de broedtijd op zoete en zoute wateren (Deltagebied), meestal solitair of enkele exemplaren bijeen. Het gaat om enkele tientallen vogels. (bron : vogelbescherming.nl)

Roodhalsfuut

Roodhalsfuut

Roodhalsfuut

Roodhalsfuut

Roodhalsfuut

Roodhalsfuut

Roodhalsfuut

Roodhalsfuut

Roodhalsfuut

Roodhalsfuut


maandag 25 mei 2020

Een Zwartkopmeeuw midden in de stad

Zwartkopmeeuw

Op weg naar huis ga ik toch een tussenstop maken bij het politiebureau in Leidsche Rijn. Even het dak op om te kijken of de visdiefjes er een nest hebben gebouwd.

Politiebureau Leidsche Rijn (Utrecht west)

Een nest vind ik niet, wel vliegt er krijsend een visdiefje over met een visje in zijn bek. Later als ik weer op de grond sta, zie ik toch de visdiefjes op de rand van het dak zitten. Over een week nog maar een keertje kijken.

Visdiefje
Omdat ik toch op het dak van het politiebureau loop, maar even kijken hoe met onze scholekster gaat. De ouders zijn nog volop aanwezig en proberen mij af te leiden. Maar het jong zit op de plek waar hij zich iedere keer verstopt. Fijn dat het goed met hem gaat. Even snel een fotootje en weer terug in zijn hoekje.

Scholekster


Maar onderweg bij de Leidsche Rijn, valt mijn oog op een grote witte vogel met een pikzwarte kop, boven op het standbeeld. Zou het ? Ja het is inderdaad een zwartkopmeeuw, een meeuw die niet in de stad thuis hoort.

Standbeeld "Het Verkeer"
Leuk om er een foto van te maken en de meeuw voelt zich er kennelijk thuis en blijft al rondkijkend rustig boven op het standbeeld staan.
Meestal zie ik ze in een weiland op afstand en vliegen ze op als ik stop om een foto te maken.
Dus bij deze een paar foto’s van deze bijzondere meeuw

Zwartkopmeeuw


Zwartkopmeeuw


Zwartkopmeeuw

Zwartkopmeeuw

Overigens in de Leidsche Rijn drijft ook een slapende Fuut, met slapend een jong op zijn rug.
Het jong is al zo groot, dat het zich niet meer verstoppen kan tussen de veren.

 
Fuut

Slim of lui jong

STANDBEELD "HET VERKEER"
"Het Verkeer" (1939) van Steph Uiterwaal.
Het maakte deel uit van drie beelden die bij de destijds nieuwe overkapping van de Leidse Rijn stonden. Sinds 1984 staat het beeld op de hoek van de Damstraat en de Leidsekade (bron: wikipedia)

ZWARTKOPMEEUW
Adulte vogels hebben geheel witte slagpennen. Bovendelen zijn lichtgrijs en de onderdelen geheel wit. De kopkap is zwart, met een duidelijk witte oogrand. Bloedrode, dikke snavel, rode poten. Mannetje en vrouwtje zien er hetzelfde uit. 's Winters verdwijnt de kopkap en blijft er alleen nog een donkere 'veeg' over achter het oog. Eerstejaars vogels lijken op onvolwassen stormmeeuwen maar hebben geheel witte ondervleugeldekveren en een lichtere grijze middenbaan op de bovenvleugel. 

Daarnaast zijn de poten zwart of rood en is de snavel nagenoeg zwart. Eerstejaars vogels krijgen vanaf september al lichtgrijze bovendelen en de donkere 'veeg' achter het oog verschijnt. Tweedejaars vogels lijken al op adulte vogels maar hebben een variabele hoeveelheid zwarte vlekken op de vleugelpunten en vlekkerige kop.

Broedt in kustlagunes, moerassen in open laagland, bij voorkeur met enige vegetatie, over het algemeen vermijden ze kale grond; soms in de kustgebieden op kwelders. Vaak in intensief bewerkte graslanden te vinden.

Veelzijdig in zijn methoden om voedsel te vinden. Zoekt vooral lopend naar voedsel op land en in ondiep water en op slik, maar jaagt ook op vliegende insecten en pikt voedsel uit het water. Voedsel voornamelijk insecten, zoals emelten, kevers, rupsen, maar ook jonge vogels, vis en afval.
Grotendeels trekvogel, het grootste deel van de populatie overwintert in het gebied rondom de Middellandse Zee en de Zwarte Zee en aan de kusten van West-Europa. Dagtrekker in losse groepjes, veelal langs de kust. In Nederland komen de broedvogels aan in april. Vanaf juli verlaten ze de kolonies. Weinig doortrek in Nederland, nog het meest in het zuidwesten van het land. De aantallen zijn met name klein doordat Nederland het noordelijkste verspreidingsgebied is. (bron : vogelbescherming.nl)