zaterdag 10 september 2016

Eend Ducktuck keek toe

Gaai
Prachtig weer, een leuke ploeg, alle netten open op de CES en flink wat vogels geringd, waaronder een record van 77 Zwartkoppen.

Zwartkop, mogelijk een vrouw
maar kan ook een jonge man zijn
Maar er zijn altijd wel vogels die extra de aandacht trekken, zoals een Gaai bijvoorbeeld.


Kim mocht deze vogel ringen en met een glimlach werd in de zak met Gaai aangereikt.

Gaai

De Gaai is een prachtige vogel, mooie kleuren. Roestbruin/roze en lichtblauw gestreept op een aantal vleugelveren. Zwart rond de snavel om die nog eens extra groot te doen lijken.


Nu is dat niet echt nodig. Zijn snavel is zo al indrukwekkend genoeg en instaat om als wapen gebruikt te worden.


Ondanks enige voorzichtigheid kwam de verbanddoos toch tevoorschijn. 

Eend Ducktuck
(vriendje van Kim)
Eend Ducktuck, die voor de gezelligheid met Kim meegekomen was keek toe en verroerde zich niet, maar vond het wel even leuk om met de Rietgorsjes op de foto gezet te worden.

Mark vindt de Rietgorzen ook mooi

paartje Rietgors


Gezellig groep, actief aan het werk



Rietgors
Naast de Gaai lieten ook nog 2 Waterhoentjes zich vangen voor een stalen ring.

jonge Waterhoen
Bijna was het dag record (164)  van afgelopen dinsdag gebroken. Waarbij ook de Zwartkoppen met de Kleine Karekieten zich in grote getallen lieten vangen. 
Ja, daar zijn geen foto’s, het was gewoon weer werken om de vogels zo snel mogelijk weer te laten wegvliegen met een ringetje om.



Woensdag ook nog even op de CES wezen kijken, samen met enkele familieleden uit AustraliĆ«. 

Waterral

Olivia mocht de Waterral loslaten en natuurlijk de prachtige gekraagde roodstaarten even op de foto gezet.
Gekraagde roodstaart
Gekraagde roodstaart




zaterdag 3 september 2016

Leuke bijvangst

Tim met Spotvogel
Ach zo nu en dan, maar best wel regelmatig circuleren er binnen de VRS De Haar mails van Tijs.

Besten,
Zaterdagochtend gaan we ringen en klussen bij het snippenveld. Terwijl we de locatie klaarmaken voor het komende seizoen hopen we ook wat vogels te kunnen ringen. Van de week zaten er veel putters en tjiftjaffen. Wie weet waarmee we de ochtend kunnen opfleuren.
We starten rond acht uur.
Hartelijke groeten, Tim en Tijs.

Tim legt uit wat de plannen zijn en vervolgens aan het werk


Dus voor het in orde brengen van het snippenveld, samen met Tijs, Tim, Job, Gerard, Vincent en William een enkele baantjes vrijgemaakt van overhangende takken en hinderlijke opgroei voor de netten. Netten uitgezet en vervolgens aan de slag op het snippenveld.



Tim had al eerder de week het gras gemaaid en nu moest het verder schoon gemaakt worden. Samen deze klus gedaan en ook hier gold vele handen maken licht werk.

Spotvogel

ringen
Ondertussen stonden de netjes uit. De eerste vogeltjes die zich in deze tijdelijke opstelling lieten zien waren inderdaad enkele tjiftjaffen en een spotvogel, gevolgd door een mooie blauwborst. 

blauwborst


blauwborst
In totaal werden er 24 vogeltjes geringd

rietzanger
De bonus van de dag waren twee waterrallen. Tim had ze aan de slootkant horen roepen en plaatste een klapvalletje.
Zowel een volwassen man als een jonkie lieten zich verrassen.

De bonus van de dag in de klapval, een jonge waterral


Vincent met zijn eerste waterral

waterral man

jonge waterral

nieuw verenkleed


oud en jong, waterral
Kortom, mooi weer, hard gewerkt en een leuke bijvangst.


donderdag 1 september 2016

TV van de Zwartkop BE81588 met een rugzakje

Zwartkop met geologger
De VRS De Haar was weer een ochtend actief op de eigen locatie in de polder.
En zoals gebruikelijk passeerden weer zo'n 100 vogels de ringtafel, waarbij van alle vogels, zoals gebruikelijk de maten genomen werden en genoteerd.
Natuurlijk gingen de vogels er daarna met een ringetje vandoor.

Maar sommige vogels hadden al een ring en worden dan genoteerd als TV =  terugvangst.
Deze vogels zijn eigenlijk nog belangrijker.
Aan de hand van de reeds bekende gegevens van de eerste meting. kan worden gecontroleerd hoe de algemene gesteldheid van de vogel nu is.
Is er een vetreserve opgebouwd ? Kreeg de vogel nieuwe veren, of is hij in de rui ?

Een tijdje geleden werden er enkele Zwartkoppen van een rugzakje voorzien door het NIOO.
Een uitleg is te lezen in deze blog.

De Zwartkop, ringnummer BE81588 voorzien van een rugzakje, meldde zich vandaag ook voor een controle.
Goed dat we Teja en Kim konden melden dat het goed gaat met deze Zwartkop en dat het rugzakje er nog goed uitziet en zelfs geen probleem gaf bij de terugvangst in het net.

Het zou wel erg leuk zijn als we deze Zwartkop of een broertje of zusje van nummer BE81588 na een jaar weer kunnen terugvangen om vervolgens het rugzakje uit te laten lezen om te weten waar de zwartkop het afgelopen jaar geweest is.

Een Zwartkop met een rugzak

Teja en Kim
Teja, een studente van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) kwam een tijdje terug, met Kim langs om enkele Zwartkoppen te voorzien van een Geolocator  ( ook wel Geologger genoemd).


Voordat het rugzakje met de mini chip gemonteerd werd, werd er ook hier het een en ander gemeten en genoteerd. Zelfs meer dan dat voor een ringetje noodzakelijk is.

meten is weten
Daarna werd het rugzakje omgehangen. Aangezien een vogeltje geen armpjes heeft, ging het koordje om de “boven” pootjes heen en werd op het ruggetje, op de chip vastgezet.
Met verbazing naar de werkzaamheden gekeken. Met de nodige zorgvuldigheid en voorzichtigheid werd alles uitgevoerd en zodanig bevestigd, dat de vogel er geen hinder van ondervindt.
De foto’s spreken voor zich.


Inmiddels wel geleerd dat ringen niet alleen maar het omleggen van een ringetje is.

- Een ringetje om een vogel een uniek nummer te geven voor latere herkenning.
- Een meting en weging om de ontwikkeling vast te stellen
- Een teek om vast te laten stellen of deze een ziekte bij zich heeft
- Een bloedmonster om vast te stellen of er een virus is meegekomen uit Afrika
- Een poepmonster, om de darmflora vast te stellen.
- Een luisvlieg, voor nader onderzoek
- Een dode vogel, naar het laboratorium om de doodsoorzaak vast te stellen
- Een Geolocater om het vlieg gedrag tijdens de vogeltrek vast te stellen.



Geolocater, wat is dat nu weer ? En waar dient het voor ? Hoe werkt het ? Waren de eerste vragen die opkwamen. Dus even rondkijken op internet en dat leerde mij het volgende:

GEOLOCATER:

De geolocator weegt ongeveer 0,7 gram, wat minder is dan 5% van het lichaamsgewicht van een zwartkop en daardoor ruim binnen de aanvaardbare belasting valt,  is 16 mm lang.

De lichtcensor is bevestigd op een ‘antenne’ om te voorkomen dat deze afgedekt wordt door de rugveren van de vogel. De antenne is 14 mm lang.

De geolocator wordt bevestigd d.m.v. een tuigje en wordt als een soort “rugzakje” op de rug van de vogel meegedragen en vormt geen belemmering voor het vliegen en de rui.

De geolocator bestaat uit een lichtgevoelige censor, een klok, een geheugenchip en een batterij. De lichtintensiteit wordt door de geolocator zeer frequent en exact gemeten, en wordt samen met het exacte tijdstip van de meting opgeslagen.
Ze kunnen elke minuut het zonlicht meten. Op basis van zonsopgang en zonsondergang is de daglengte te bepalen, en daarmee de breedtegraad. Het moment dat het middag en middernacht is, verraadt de lengtegraad. En zo is de locatie, op 50 tot 200 kilometer nauwkeurig, te bepalen.

De lengte van de periode waarover gegevens worden gemeten en opgeslagen is afhankelijk van de grootte van de geolocator (en dus de grootte van de vogelsoort waarop de geolocator wordt bevestigd) en varieert van 9 maanden tot circa 8 jaar. 
Bij terugvangst worden de gegevens uitgelezen en met behulp van een computer bewerkt.
Uit de snelheid waarmee de lichtintensiteit ’s morgens toeneemt en ’s avonds afneemt wordt het tijdstip van zonsopgang en zonsondergang berekend. 

Omdat dit tijdstip varieert met zowel de breedtegraad als de lengtegraad kan hierdoor twee keer per dag een geografische positie worden berekend. 

De nauwkeurigheid van deze positie is ongeveer 100 tot 150 km.





DOEL ONDERZOEK GEOLOGGERS
Onderstaand verhaal geeft een goed zicht op  werking, inzicht en onderzoek bij het gebruik van Geologgers.

Vertraagd door de zandstorm
Met vederlichte sensoren volgen onderzoekers de trek van kleine vogels, voor het eerst.
Ze zien hoe de vogeltjes kampen met droogte en stormen.

Het was al 7 mei. Vogelkenner Raymond Klaassen zat op een observatiepost in Vittskƶvle, een dorpje in Zuid-Zweden. Hij begon zich zorgen te maken. Normaal zou de eerste grauwe klauwier al lang moeten zijn teruggekeerd uit Afrika, waar de vogels overwinteren. In de regel melden de eerste exemplaren zich eind april in Noord-Europa. Maar in Vittskƶvle was er begin mei 2011 nog steeds geen grauwe klauwier te zien. Wat was er aan de hand, vroeg de Groningse ecoloog zich af. Was er onderweg iets gebeurd?
Het zou een geheim gebleven zijn, ware het niet dat het sinds kort mogelijk is kleine vogels te volgen tijdens hun trek. Dat gebeurt met zogeheten geologgers. 
Klaassen wist zo antwoord te krijgen op de vraag die hem vorig jaar mei zo dwars zat. Samen met Deense ecologen publiceerde hij vorige week in Science over het onderzoek, dat zich uitspreidde over de jaren 2009 tot 2012. In die jaren rustten de onderzoekers in totaal 151 grauwe klauwieren uit met een geologger, en ook 44 noordse nachtegalen.
Daarvan werden 26 grauwe klauwieren in het daaropvolgende jaar weer gevangen, en 10 noordse nachtegalen. Veel vogels met een geologger worden nooit teruggezien. Ze sterven nogal eens onderweg. En als ze al aankomen, moet de onderzoeker geluk hebben om ze te vangen: geologgers hebben geen zender.
Wat bleek? Tijdens hun trek vanuit Zuid-Afrika stoppen deze vogelsoorten in de Hoorn van Afrika om zich te voeden met insecten. Normaal rusten grauwe klauwieren gemiddeld 9 dagen, noordse nachtegalen 21 dagen. Maar vorig jaar werd dat gebied getroffen door extreme droogte. Er was minder plantengroei, en daardoor waren er minder insecten. Om voldoende te kunnen eten, maakten de vogels een langere tussenstop. Die duurde voor grauwe klauwieren nu gemiddeld 18 dagen, voor noordse nachtegalen 29 dagen. De reis naar Noord-Europa werd dus met 8 tot 9 dagen vertraagd.
Klaassen zegt dat het gebruik van geologgers zorgt voor een explosie aan nieuwe gegevens over kleine trekvogels. Grotere trekvogels, zoals ganzen, kiekendieven en adelaars, konden al gevolgd worden via bijvoorbeeld gps-zenders, maar die zijn voor kleine vogels veel te zwaar. „En tachtig procent van alle trekvogels zijn kleine zangvogels”, zegt hij. „Ook die kunnen we nu volgen.”
Zo was het van de grauwe klauwier en de noordse nachtegaal niet duidelijk via welke route ze naar Zuid-Afrika trekken, en of ze ook dezelfde route terug nemen. Dat blijkt niet het geval. Op weg naar hun overwinteringsplek vliegen ze over Egypte en vervolgens dwars door Afrika. Maar terug vliegen ze via de Hoorn van Afrika, over Saoedi-ArabiĆ«, via Griekenland naar Noord-Europa. Dat roept weer allerlei nieuwe vragen op, zegt Klaassen. „Hoe doen ze dat?”
Zo onderzocht Klaassen ook boerenzwaluwen. Vorig jaar rustte hij er zo’n vijftig uit met een geologger. „De aankomst van de zwaluwen in Nederland in 2012 was erg vreemd”, zegt Klaassen. Een deel van de vogels was op tijd, dan volgde er een hele tijd niets, en pas veel later volgde het andere deel.
Uit de data leidde Klaassen af dat de zwaluwen weliswaar waren vertrokken uit hun overwinteringsgebieden in Midden- en Zuid-Afrika, maar boven de Sahara in de problemen kwamen, want vanaf daar keerden ze weer om. „Ze vlogen terug naar het zuiden om bij te komen en op te vetten”, zegt Klaassen. Dat heeft de zwaluwen ernstig vertraagd. De trek duurt normaal een maand, nu twee keer zo lang. De waarschijnlijke verklaring, volgens Klaassen, is dat de zwaluwen boven de Sahara last hebben gehad van zandstormen. (bron NRC.nl,  Marcel aan de Brugh  11 december 2012)





Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) doet fundamenteel en strategisch ecologisch onderzoek. Met meer dan 300 onderzoekers en studenten is het NIOO ƩƩn van de grootste onderzoeksinstituten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).