woensdag 10 mei 2017

Steenuil of spreeuw

Steenuil
In een Steenuilenkast horen Steenuilen te wonen. Soms is dat ook zo, maar de Spreeuwen houden zich niet aan de regels voor huisvesting en vinden dat ze ook recht hebben op  een riante woning.

Steenuilenkast
Maar gelukkig wonen er zo af en toe ook nog wel een paartje Steenuilen in een Steenuilenkast en kwamen we die vandaag tegen. 
Moeder zat in de kast op een nestje van vier eieren. Vader was buiten spelen en liet zich niet zien.



Aan het blote buikje van het Steenuiltje is het duidelijk te zien dat ze op eieren zit. De eieren moeten wel warm blijven en dat gaat beter als er geen veren tussen zitten.



Dus moeder, die al ring dragend is, even controleren, meten en wegen.
Enkele foto’s voor de blog en vervolgens weer snel terug in de kast om te zorgen voor  het nageslacht.


Leuk dat de eigenaren van een uilenkast zelf ook zo genieten van hun onderhuurders.
Ze volgen de ontwikkelingen in de kast, voor zover ze er zicht op hebben.
Zijn behulpzaam bij het ringen en zijn enthousiast als er gezinsuitbreiding in de uilenfamilie is.


Zal Tijs ook nog ergens een kast hebben met Velduilen, Dwerguilen of Oehoes ?
Zou geweldig zijn, na de Kerkuil, Ransuil, Bosuil en Steenuil nog een uilensoort op de blog.

STEENUIL


De steenuil is de op een na kleinste uil in de Benelux. De kleinste is de dwerguil. Het is een klein gedrongen uiltje van ongeveer 21 tot 27 cm lang en met een spanwijdte van ongeveer 55 cm. Het mannetje wordt ongeveer 180 gram, het vrouwtje wordt 200 gram. De steenuil heeft een platte kop met felle gele ogen, en heeft aan de bovenkant bruine veren met lichte vlekken.


Deze uil is ook overdag actief, en regelmatig zittend in een knotwilg of op een weidepaaltje te zien. De vogel valt echter niet op doordat hij zo klein is. Hij maakt wel veel lawaai, van oktober tot februari is zijn roep te horen, een soort “koewie”, gekef en een wat langer “joeeek”.


Het voedsel van de steenuil is aangepast aan zijn grootte, hij vangt wel muizen als hij kan, maar ook veel regenwormen, kevers en andere insecten en soms kikkers. Soms verrast de steenuil prooien die verrassend groot zijn ten opzichte van zijn eigen formaat, zoals ratten. Hij heeft verschillende jachttechnieken. Observeren vanaf een paaltje, over de grond lopen en rennen of jagen vanuit een lage vlucht.

De spreeuwen

Ze zijn wel niet de echte bewoners, maar worden toch meegenomen in een ringonderzoek, speciaal gericht op spreeuwen. 

Daarnaast worden natuurlijk ook de spreeuwenkasten gecontroleerd.


De kleintjes moeten wel aan een bepaalde grote voldoen om al een ring te krijgen.
Vanzelfsprekend, dat als je een ochtend meerdere kasten controleert, je jonge spreeuwen tegenkomt in diverse stadia.
Een volwassen Spreeuw is een prachtige vogel, maar een net uit het ei gekropen spreeuwtje mist nog alle glans.
Of mag ik zeggen dat-tie gewoon lelijk is.

spreeuw


spreeuw
Wel is goed te zien hoe het verenkleed zich ontwikkelt.
Iedere veer zit keurig verpakt in een schede en rolt langzaam uit naar een volwassen veer.

steenuil

dinsdag 9 mei 2017

Een Bosuil en drie takkelingen

Bosuil
Regelmatig hoor ik, in de vroege ochtend, één of meerdere bosuilen in de omgeving van Haarzuilens. Ze zijn er, maar laten zich niet makkelijk zien.
Als Tijs aangeeft dat hij zaterdag een  nestkastenrondje uilen en spreeuwen gaat maken, wil ik mee. Er moet per slot van rekening ook nog het één en ander genoteerd worden en dat is mijn taak.

Rond de middag verzamelen Tijs, Yvonne, Monique en ik ergens in de polder en gaan op weg om diverse kasten te controleren.
De meest kasten hangen ergens in- of tegen een boerenschuur. Tijs weet de weg, kent de mensen en weet waar de ladders staan en de kasten hangen.
Niet de eerste keer dat hij dit rondje maakt, maar het blijft een verrassing, wie er deze keer de kast bewoont en hoeveel familieleden er in huizen.

Mark Fakkeldij en de bosuilen
De bosuilenkast hangt hoog en met behulp van twee ladders en Mark, die samen met zijn vader Bert Fakkeldij ons bij de boerderij opwachtte, lukt het om één ouder en drie takkelingen naar beneden te brengen.

Yvonne

Even ogen dicht voor het felle licht
Yvonne ontfermt zich over de volwassen bosuil en die ligt rustig en veilig in haar armen.
De uil is al geringd en ter controle en vergelijking worden de maten gemeten, voordat zij weer wordt losgelaten.


Een knipoogje, 
De drie jonge bosuilen, de takkelingen, hebben nog geen ring en krijgen die nu van Yvonne.
Wat zijn ze leuk die donzige bolletjes. Met een onnozele blik kijken ze je aan.
Ze zien er gezond uit en na ringen, meten en wegen worden ze weer teruggezet in hun eigen kast.

Bert met takkeling


Monique met takkeling


Mark met takkeling





Moeder vliegt nog een rondje door de schuur, voordat zij ook weer terug gaat in de kast.
Nog even en er vliegen vier bosuilen rond deze boerderij.

Nog even rondvliegen en dan terug in de kast.
BOSUIL

Deze uil is 37 tot 43 cm lang en heeft een spanwijdte van 80 tot 95 cm. Het vrouwtje weegt 553 g en is gemiddeld 110 g zwaarder dan het mannetje. Daarmee is een middelgrote uil, met een relatief plomp lijf en grote ronde kop. De kleur van het verenkleed is variabel. De bosuil die in Europa voorkomt is grijsbruin en gestreept. De gezichtssluier is meestal lichter, soms met enkele donkere concentrische ringen. De ogen zijn zwart en er zijn geen pluimen op de kop. De kruin is donker, afgezet met lichte banden ("wenkbrauwen").

Bosuilen komen algemeen voor in bossen, parken en tuinen. Bosuilen jagen vrijwel alleen in de schemering en 's nachts. Overdag houden de vogels zich schuil in de top van een boom. Toch zijn ze soms ook overdag te zien als ze geplaagd worden door kleine vogels die hen proberen te verjagen. Het voedsel is zeer gevarieerd. Deze uil eet voornamelijk muizen en andere kleine zoogdieren, maar bij afwezigheid daarvan (vooral in steden) eet de bosuil vooral vogels. Ook regenwormen, grote insecten, amfibieën, reptielen en zelfs vissen worden gegeten. De onverteerbare delen van zijn prooien worden in de vorm van braakballen uitgebraakt. Soms vind je een jonge, dode bosuil op de grond; dat is er dan eentje die uit het nest gevallen is.

De broedperiode is van februari tot juni. Bosuilen beginnen soms al te baltsen (paringsgedrag) in december met als gevolg dat men soms in februari al nesten gevuld met eieren kan vinden. Het vrouwtje legt 1 tot 6, meestal echter 2 tot 4 eieren die na ongeveer 1 maand broeden uitkomen. De jongen blijven ca. 31 dagen in het nest, maar gaan dan al vroeg op ontdekking uit in de takken rondom het nest. Daarna blijven ze meestal ongeveer 3 maanden in het territorium van de ouders voordat ze hun eigen territorium gaan zoeken. Bosuilenpaartjes blijven elkaar het hele leven trouw en blijven dan ook hun hele leven bij elkaar. Pas als er een van de twee doodgaat, gaan ze op zoek naar een ander. Ook blijven ze hun hele leven in hetzelfde territorium. ( bron: Wikipedia)

zondag 7 mei 2017

(Ouder)liefde

Fuut met jonkies

Ze zijn er weer, die schattige kleine fuutjes, die zich verscholen houden onder de veren op moeders rug. De gestreepte pyjamaatjes met de rode stip midden op het voorhoofd.

zo'n klein visje gaat er wel direct in
Het weekend ademloos staan kijken met welk geduld de ouders omgaan met die kleintjes.
Moeder zwemt of drijft rustig rond en af en toe komt er zo’n gestreept kopje tussen de veren tevoorschijn. Maar als vader begint te knorren is iedereen paraat.
Want vader zorgt voor het eten. Na eindeloos duiken op zoek naar een visje, komt hij aanzwemmen met een visje. Moeder kijkt toe hoe vader het visje overdraagt aan het kleintje.
En zo’n kleintje heeft niet veel moeite met een klein visje.
Maar het wordt wat anders als de vis aan de grote kant is en niet op de goede manier wordt aangereikt. Dan lukt het niet zo maar om de vis door te slikken. 








Toch al een wonder dat zo’n jonge fuut een voor hem relatief grote vis naar binnen weet te werken.

Keer op keer laat de jonge fuut de vis weer in het water vallen en duikt pa er snel achter aan om het voedsel veilig te stellen. En keer op keer biedt vader de vis weer aan, tot dat uiteindelijk de vis achter in de keel verdwijnt. Direct daarna gaat pa fuut er weer vandoor en duikt onder voor een volgende maaltijd.

vrijdag 5 mei 2017

Vijf keer een Stonechat

Roodborsttapuit
Ja, dit keer verliep de vogelochtend in het Engels en mochten de RBT’s of Robo Tap’s ofwel Roodborsttapuiten zich verheugen op de belangstelling vanuit het buitenland.
Maar goed, voordat we de zandbak induiken, eerst nog even thuis een paar grote jongens van een ring voorzien. Een Houtduif, Ekster en een Kauw kregen van Tijs een mooie ring om. De Kauw zelfs nog een extra gele ring. Ben benieuwd wanneer hij zich weer meldt in onze tuin.

Vervolgens door naar de zandbak, waar Heiner Flinks al op ons stond te wachten. Heiner was speciaal vanuit Duitsland overgekomen om Tijs te helpen bij het vangen en ringen van Stonechats. Heiner doet al jaren onderzoek naar het gedrag en de leefwijze van de Roodborsttapuiten en mag expert genoemd worden met betrekking tot deze vogelsoort.

Roodborsttapuit - man

Roodborsttapuit - vrouw
Het vangen en ringen van Roodborsttapuiten is heel andere techniek dan het ringen met behulp van mistnetten. 
Deze tapuitjes hebben hun eigen territorium, waar ze zich voornamelijk in ophouden.
Stap één is dus het vinden van de territoria van de Roodborsttapuiten. 
Nu geven ze dat meestal zelf aan, door boven op een kale tak zich zingend te laten zien en of horen.
Wel goed kijken, het is maar een klein vogeltje van rond de 10 gram.
Maar fietsend of wandelend over het fietspad bij de Haarrijnseplas kun je ze tegenkomen. 

Heiner en Tijs
Stap twee is het op de juiste plaats, plaatsen van de valletjes.
Een aantal territoria zijn bekend bij de VRS De Haar en Heiner toont zijn kennis, door de valletjes op de juiste plek neer te zetten.  Rekening houdend met het gedrag van de vogeltjes en zijn biotoop. Kennis die Heiner graag deelt met Tijs.
Stap drie is het ringen, meten en wegen. Een taak voor Tijs, waarbij Heiner nog enkele suggesties meegeeft om ook op te meten.






Kleurringen

Zelfs die kleine vogeltjes hebben al teken
Mede door onze gast werden er vijf Roodborsttapuiten van ringen voorzien. Een mooi resultaat. De tapuitjes hebben naast een ‘echte ‘ ring ook enkele kleurringen gekregen. Dit om ze makkelijker te kunnen herkennen, (met een verrekijker) als ze boven op een tak zitten te zingen.
Zie je een RBT met ringen. Noteer de kleuren en geef deze door.

Scholekster
De scholekster, die ook in de zandbak zat en op het ringprogramma van de VRS staat ook maar even meegenomen en van ringen voorzien.

Houtduif

Kauw
Vroeg in de avond weer op pad. Dit keer met Henk. Zaterdag gaat hij vroeg in de ochtend ringen en wil deze avond de netten alvast klaarzetten. 

Henk
Lang geleden dat ik met Henk in de Molenpolder geweest ben. Inmiddels begint het riet al aardig te groeien. Nog even het is zo hoog dat je, je er achter kan verstoppen.

Goudvink

Pimpelmees

Tuinfluiter

Huismus
Met Henk alles klaargezet en tijdens het werk een paar netten even opengezet. Voor het eerst dit jaar weer de Goudvink gezien en voordat we naar huis gingen waren er nog een paar leuke vogels die de ringtafel passeerden.