zondag 23 oktober 2016

Een beetje vorst, een beetje mist, een beetje zon en goud in het net

Vuurgoudhaantje


Het voelt niet echt koud, maar het heeft in de nacht wel iets gevroren.
 

Over het land ligt een witte waas. 

De waterdruppels in het net zijn ijs geworden. Wachten op het zonnetje voordat alle netten open kunnen. Heel voorzichtig komt er een zonnetje in de mist tevoorschijn.

Roodborstje nieuwsgierig kijkend naar het ringen
Naast de Roodborstjes, zijn het de Goudhaantjes en de Vuurgoudhaantjes die zich laten zien in het net. 
En het zijn van die leuke kleine vogeltjes, zo gedetailleerd en kleurrijk, met maar een gewichtje van rond de vijf gram.
De (Vuur)Goudhaantjes krijgen een ringetje (2mm) van maar 0,04 gram. Dit gewicht is dus zo laag, dat de vogeltjes er geen last van hebben.

Vuurgoudhaan

Goudhaantje, man en vrouw
 GOUDHAANTJE




De goudhaan is Europa’s kleinste vogel. Van snavel tot staartpunt meet hij slechts 8,5 cm, en ze wegen vaak niet meer dan 5 gram! Het is een zangvogel die vooral te vinden is in naaldbossen met lariksen en sparren. Ook al komen er grote aantallen goudhaantjes voor in ons land, ze worden in de broedtijd niet vaak gezien. Ze leven namelijk vooral in de toppen van naaldbomen. 


Hun aanwezigheid wordt meestal verraden door hun liedje of roepjes van hoge tonen; ‘zrie-zrie-zrie’. Door de hoge tonen zijn ze helaas minder goed te horen voor oudere mensen waarbij het gehoor wat achteruit is gegaan. Ze leven in groepjes en trekken vaak op met mezen. 


Goudhaantjes kunnen ontzettend tam zijn en vooral in de trektijd als er duizenden in ons land neerstrijken zijn ze zo met voedsel zoeken bezig dat je ze soms bijna aan kunt raken.



Klein, mosgroen vogeltje met een opvallende gele kruinstreep met zwarte zijbanen. Wat ook opvalt is het zwarte kraaloog in een witgrijs gezicht. Ze vliegen vaak rusteloos door het (naald)bos, af en toe stil hangend. Het mannetje kenmerkt zich door een duidelijke felle oranje veeg in de gele kruinstreep.


Goudhaantjes hebben een voorkeur voor naaldbos, in het bijzonder sparrenbos. De dichtheden zijn dan ook het hoogst waar veel sparrenbos te vinden is, zoals op de Veluwe, de Utrechtse Heuvelrug en in Drenthe. Broedt hier in een komvormig nest dat met haren en veertjes is bekleed van april tot juni. In twee legsels worden elk 7-13 eieren gelegd. Na 14-17 dagen komen de eieren uit, nog 17-22 dagen later kunnen de jongen vliegen. Hierna worden de jongen nog 12-18 dagen door de ouders gevoed met Geleedpotigen. Over het algemeen aangepast aan kleine soorten zoals springstaarten (Collembola), bladluizen (Aphidoidea), kleine motten (Lepidoptera) en kleine spinnetjes (Araneae).


VUURGOUDHAANTJE


De vuurgoudhaan lijkt op een goudhaan, maar met nog fellere kleuren. De kruin- en zijkruinstrepen zijn ongeveer gelijk, maar de vuurgoudhaan heeft een contrasterende witte wenkbrauwstreep en daaronder een gitzwarte oogstreep door het oog heen. Dit geeft aan de kop van dit bijzonder kleine vogeltje een vurig uiterlijk. Het mannetje heeft in plaats van geel een geheel fel oranje kruinstreep. Maar naast het verschil in uiterlijk maken zang, biotoop, trekgedrag en leefwijze hem eigenlijk tot een totaal andere vogel.


Naast de gele kruinstreep geflankeerd door een zwarte zijkruin, heeft de vuurgoudhaan ook nog een spierwitte wenkbrauwstreep, een zwarte oogstreep en daaronder weer een witte veeg. Mannetjes zijn bovendien veel makkelijker te herkennen doordat de middenkruinstreep donker oranje is, bijna tegen het rode aan. Tot slot, als het te zien is, heeft de vuurgoudhaan een fraaie geelgroene kraag rondom zijn kop.


De zang is (subtiel) anders dan bij goudhaan: versterkend (crescendo) en versnellend, maar ook erg hoog. Het mist de herhaling die bij goudhaan duidelijk aanwezig is. Roep van vuurgoudhaan is hoog; een geoefend oor kan de verschillen horen met de goudhaan. Versnelt, verhoogt en is wat rauwer.

Broedvogel voornamelijk in de oostelijke helft van Nederland, vanaf half april. In twee legsels worden elk 7-11, soms 12 eieren gelegd, in een 3-laags nest van veren, mos en twijgjes. Het nest wordt vaak gemaakt in een conifeer, of anders klimop of jeneverbes. Broedduur 14-15 dagen, waarna de jongen 20 dagen in het nest doorbrengen, en zodra ze uitgevlogen zijn nog ongeveer 14-15 dagen gevoed worden door de ouders.


VOGELTREK
Korte-afstands trekker, maar vroeger (eind augustus/september) dan goudhaan (oktober/ begin november). Er zijn nauwelijks goede gegevens over de trekbewegingen van vuurgoudhaantjes beschikbaar. De herkomst van vuurgoudhanen die door Nederland trekken is niet bekend. Het is waarschijnlijk dat dit voornamelijk Deense en Duitse broedvogels zijn, maar broedvogels uit oostelijker gelegen landen is zeker niet uitgesloten. Wintergast in vrij klein tot vrij groot aantal, ook in west-Nederland. Zeker in milde winters kunnen vuurgoudhanen in behoorlijke aantallen in Nederland blijven, vaak dichter bij bewoonde wereld, en zoeken ze gemengde mezengroepen op.
(Bron : vogelbescherning )

1 opmerking: