vrijdag 13 juli 2018

Op de green


Verzoek om te helpen met het vangen van de brandganzen op de golfbaan De Haar.

Ook vorig jaar is er op de golfbaan geringd en nu is het de tijd voor een herhaling, omdat de brandganzen in de rui zijn en niet kunnen vliegen.


Daarnaast is het een mogelijkheid om te kijken welke ganzen teruggekomen zijn (of gebleven zijn) in dit gebied.


Dus om 7 uur in de morgen verzamelen bij de ingang van de baan om vervolgens een plan te maken. De brandganzen zitten bij- en op de green, die ze ook als toilet gebruikt hebben.

Brandganzen
Als we daar aan het werk gaan en ik een voet op de green dreig te zetten, word ik direct terug gefloten. Op de green mag je niet komen.


De bedoeling was, om alle ganzen gelijker tijd te vangen.
Voor deze actie werd dan ook enkele ganzen experts ter assistentie gevraagd.
Ganzen vangen en ringen is iets heel anders dan het vangen en ringen van een zwartkop of roodborstje.


Aangezien de ganzen rondom de green een vaste plek hebben gevonden om te rusten en te slapen werd daar de vanglocatie gecreëerd. 

de kraal
Een tijdelijk heining bestaande uit stokken en netten werd uitgezet met als eindpunt een kraal (omheinde opvang).


Flink aan het werk om het geheel uit te zetten.
De ganzen zaten hier niet op te wachten en kozen verderop een rustige plek.
Een schouderklopje voor Toos, die alle haringen er in sloeg. Zie foto.
Het werk was klaar en nu nog de ganzen in de kraal zien te krijgen. Heel belangrijk was rust. Geef de vogels de tijd en jaag ze niet op.

rustig richting de vangplaats
Rustig de vogels het water op sturen en daarna al peddelend ze begeleiden naar de plaats waar ze weer aan land moeten gaan.



Bijna op de juiste plaats
Bijna in de kraal
De hele groep brandganzen in de kraal

En dat gebeurde dan ook waarna de hele groep werd ingesloten in de kraal.
Omdat er op de golfbaan geen geschikte ruimte was om een ringplek op te zetten, werd besloten om een ringplek te maken bij de Haarrijnseplas.
Bijkomend voordeel was, dat de ganzen na het ringen, direct het ruime sop konden kiezen.
De ganzen gingen mee en de tijdelijke heining werd weer afgebroken en ingeladen.
De golfers hoeven voorlopig niet meer tussen de ganzenpoep hun balletje te slaan.

Bij de plas in het zonnetje werden de ganzen gecontroleerd en geringd.

Als tussendoortje kwam Johan aanlopen met een knobbelzwaan die bij de plas liep. 

Ach die kreeg van Tijs ook nog even een ring.

Een hele onderneming het ringen van de brandganzen.
Twee personen om de ganzen naar de ringplek te brengen.
Eén persoon om de leeftijd en de sekse te bepalen.
Eén persoon om te ringen met de bekende metalen ring en met twee kleurringen.
Eén persoon om te meten.
Eén persoon om de gegevens te noteren.
Twee personen om de ganzen tijdelijk op te bergen, voordat ze allemaal gelijktijdig werden losgelaten.

transport

Schrijver

Leeftijd

Sekse

Metalen ring

Kleurring

Kleurringen
Zie je een gans met kleurringen lopen.
Geef dit dan door.: kleur/letters ringen, datum, locatie
Lengte vleugel

Lengte P9 ( erg kort door de rui )

Kop-snavel

Tarsus

Wegen en dan naar de tijdelijke opvang
Een prachtig beeld om te zien is het moment dat alle ganzen weer worden losgelaten en gezamenlijk wegzwemmen op de plas.









DE BRANDGANS

Compacte gans met een onmiskenbaar uiterlijk. De brandgans is pas sinds 1984 broedvogel in Nederland. Tot het oorspronkelijke leefgebied van deze prachtig getekende, compacte gans behoren richels op kliffen en heuvels op onherbergzame plaatsen als Spitsbergen, Groenland en Noord-Rusland. In Nederland vond de brandgans ook een leefgebied dat aan de behoefte voldoet, waarschijnlijk geholpen door de aanwezigheid van 'tamme' brandganzen die gehouden worden in parken en tuinen. Uit deze groep ontstond een sterk groeiende populatie van niet-trekkende broedvogels.

BROEDEN Broedt vanaf eind mei in het arctische gebied. In de Nederlandse verwilderde niet-trekkende populatie vaak al eerder. Broedt in een losse kolonie, wat veiligheid oplevert in verband met het opmerken en verjagen van vijanden, zoals marters of vossen. Eén legsel per jaar, van 3-5 (bij uitzondering 6) eieren. Jongen zijn nestvlieders.

LEEFGEBIED Akkers, graslanden, intergetijdenzone, kust, moeras, oevers, rivieren, wadden, weilanden, eilanden in het rivierengebied en in laagveengebieden. Brandganzen broeden in Nederland op een aantal vreemde plaatsen, waaronder nauwelijks begroeide eilanden. De jongen moeten dan, zodra zij hiertoe in staat zijn, naar een voedselgebied zwemmen omdat op het broedeiland geen voedsel beschikbaar is. Brandganzen broeden ook wel in moerasbossen en rietkragen. Brandganzen die in Nederland overwinteren, broeden op de arctische toendra, vaak op een wat meer beschutte richel.

VOEDSEL Gras en andere plantendelen.

VOGELTREK Brandganzen zijn (gewoonlijk) trekvogels die vanuit de broedgebieden in het hoge noorden trekken naar Schotland en Ierland, Nederland en de omliggende landen. Vogels die bij ons overwinteren zijn vooral afkomstig van Nova Zembla en Zweden. Overwinteraars komen hier aan in december en verlaten onze streken gewoonlijk in maart. De laatste jaren lijken - als gevolg van een hogere predatiedruk in vooral Zweden - brandganzen wat langer hier te blijven en in kortere tijd terug te vliegen naar de broedgebieden. In Noorwegen zijn vliegsnelheden van 80-85 km per uur vastgesteld. Brandganzen vliegen op trek vaak lager dan andere ganzensoorten. In Nederland heeft zich de laatste decennia ook een - sterk groeiende - populatie niet-trekkende broedende brandganzen gevestigd. (bron vogelbescherming)

zie ook https://sneuper.blogspot.com/

zondag 1 juli 2018

Steenrijk met een steenuiltje

Steenuiltje
Wat is het toch fijn als je op je eigen erf een nestkast heb staan voor steenuiltjes en er bijna ieder jaar vier jonge uiltjes het licht zien.

Nog extra leuk, als er een camera in de nestkast gemonteerd is en de ontwikkeling van ei tot uitvliegen gevolgd kan worden.

twee

drie

vier
Tijdens de nestkastcontroles valt ieder keer weer op hoe sterk de eigenaren betrokken zijn met hun bewoners in het veld, boomgaard, tuin of schuur.

Een steenuiltje is op zich een schuw uiltje, maar kent de omgeving en weet hoe de bewoners leven. Zolang dat patroon niet afwijkt van het normale patroon, is er geen gevaar en gaat ook de steenuil zijn eigen gang.

Of zoals een bewoner vertelde. Als ik ’s morgens naar mijn werk ga zit hij op vijf meter van mij vandaan. Ik kan gewoon instappen en wegrijden. Maar als ik hiervan afwijk vliegt hij weg.

Wat bij de controles ook op viel was het verschil in de kasten. Sommige waren droog en andere zaten vol met viezige nattigheid, nat zaagsel en veel ontlasting.
Ach, die kasten voor zover mogelijk schoongemaakt en van vers zaagsel voorzien.

Een reactie op de kerkuil ‘Wat betreft de tekening één van de mooiste uilen’.
Een reactie op het steenuiltje zou kunnen zijn ‘schattig, hoog knuffelgehalte’
Alleen als ze uit een vieze kast komen. Voor een knuffel eerst in bad.

Dus nu na de torenvalkjes en kerkuilen, de steenuil uit de kast gehaald.
Opvallend is naast de status van de kast er ook verschil zit in leeftijd van de uiltjes.
Soms zat moeder ook nog in de kast. Die mag ook even mee om gecontroleerd te worden.
Was ze ook de vorige bewoonster ? Is ze goed gezond ?
De foto’s zijn gegroepeerd per kast. Ringers Tijs, Nina, Johan, Erik, Maurice






Kast gaat weer op slot.
De ingang wordt even dichtgehouden om de  uiltjes weer te laten wennen.
STEENUIL  Little Owl, Athene vidalii - Uilen (Strigidae)

De steenuil is de bekendste van de kleinere uilensoorten. In ons land is hij van oudsher een bekende verschijning in vooral kleinschalig agrarisch cultuurlandschap. De steenuil schuwt de menselijke omgeving niet en broedt vaak op boerenerven, vooral als deze voldoende natuurlijke variatie bieden. Dan kan een steenuil op een klein oppervlak alles vinden wat hij nodig heeft. Vanaf paaltjes of andere verhogingen zoekt de steenuil naar voedsel en vliegt daar in golvende vlucht op af.


steenuil






geen steenuil, wel even schrikken
als er achter je geloeid wordt
HERKENNING
De steenuil is nauwelijks groter dan een merel maar oogt toch wat forser door z’n opgezette veren. Het verenkleed is overwegend bruin tot grijsbruin met witte streepjes en druppelvormige vlekken. Opvallend zijn de felgele ogen en lichte ‘wenkbrauwen’. Het achterhoofd lijkt een kopie van het voorhoofd met toegeknepen ogen. In rust is zijn postuur gedrongen, bij waakzaamheid rekt de uil zich uit. Niet altijd zichtbaar zijn de lange, bevederde poten.


Steenuil





GELUID
Laag fluitend, wel echt uilachtig. Verder veel andere roepen.






BROEDEN
Broedperiode van half april tot half mei. Legsel bestaat gemiddeld uit 3-5 eieren. Normaliter één legsel per jaar, incidenteel tweede legsel tot half juni. Broedduur: 24-28 dagen. Broedt in allerlei natuurlijke holtes van bomen, vooral knotwilgen en oude (hoogstam)fruitbomen. Ook in rustige hoekjes of nissen van gebouwen of schuren en in speciale nestkasten. Jongen verlaten na ongeveer een maand het nest, maar zijn dan nog niet vliegvlug. Na ongeveer 38-46 dagen zijn ze dat wel, maar worden daarna nog ca. 5 weken verzorgd.



Kast schoongemaakt, weer een  fris nestje





LEEFGEBIED
Veelal kleinschalige cultuurlandschappen met een variatie aan houtwallen, heggen, weitjes en knoestige bomen. In grootschalige landbouwgebieden is de steenuil afhankelijk van gevarieerde erven bij boerderijen of vrijstaande huizen. Jachtgebied bestaat uit open terrein met het hele jaar door lage vegetatie (beweiding). Voorts zijn er voldoende zitplaatsen van één tot anderhalve meter hoogte (paaltjes bijvoorbeeld) om vanuit te jagen. Er zijn schuilplaatsen en broedholen in oude bomen, schuren, gebouwen en dergelijke.


VOEDSEL
Veldmuizen, ook andere kleine zoogdieren, kleine vogels, in mindere mate reptielen en amfibieën, insecten als nachtvlinders en meikevers, regenwormen.

VOGELTREK
Volwassen steenuilen blijven gewoonlijk het gehele jaar in de naaste omgeving van de broedplaats. Jonge steenuilen zwerven uit, het merendeel vestigt zich op minder dan 10 km van de geboorteplaats.
Afname van de aantallen broedparen sinds 1990 met meer dan 5%. Laatste 10 jaar stabiel.
AANTALLEN IN NEDERLAND Aantal broedparen  5.500-6.500 (in 1998-2000)
Steenuilen nemen graag een zonnebad. Op heldere dagen koesteren ze zich in de zon, uit de wind en vlakbij een hol.









IN EUROPA
Komt voor in grote delen van Zuid-, West- en Midden-Europa, maar niet noordelijker dan Denemarken. Zwaartepunt van de Europese verspreiding in Spanje en Portugal, Frankrijk, Italië, Roemenië, Oekraïne en Europees Rusland.


BESCHERMING
Het gaat al langere tijd bergafwaarts met de steenuil. Het leefgebied krimpt ineen door bijvoorbeeld stads- dorpsuitbreidingen, aanleg van industrieterreinen en wegen. Daarnaast is het resterende leefgebied sterk veranderd. Kleine gemengde boerenbedrijven zijn er niet meer, hoogstamboomgaarden zijn zeldzaam geworden. De landbouw is een stuk intensiever geworden. Lange tijd was er geen aandacht voor kleinschalige landschapselementen als houtwallen en hagen. Veel nestgelegenheid verdween ook door het ruimen van oude kippenhokken en vervallen schuurtjes. Het verkeer kan de steenuil ernstig parten spelen waar zijn jachtterrein doorkruist wordt door wegen.
De steenuil staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels in de categorie Kwetsbaar. Rode Lijsten bevatten soorten die bedreigd worden of kwetsbaar zijn. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status, maar hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Voor deze soorten geldt een hogere prioriteit bij het nemen van actieve beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld door hun leefgebieden te verbeteren. Download het Basisrapport voor de Rode Lijst Vogels volgens Nederlandse en IUCN–criteria.


Ja, daar zit een steenuiltje



even zijn neus schoonpoetsen






WAT KUNT U DOEN
 buiten woont in een (half)open cultuurlandschap, kan met de inrichting van het erf rekening houden met de wensen van de steenuil. Dit heeft vooral zin wanneer in de omgeving ook steenuilen voorkomen. Maatregelen zijn onder meer: voorzien in een gevarieerd erf met nestgelegenheid, grazige weitjes, uitkijkposten, veilige schuilplaatsen voor jonge steenuilen en geen gebruik van (landbouw)gif. Gunstige maatregelen bestaan uit de aanplant van fruitbomen, knotwilgen en hagen, aanleg van takkenrillen, perceelrandbeheer. Grasland (extensief gebruikt) kan het beste kort gehouden worden door begrazing met schapen of paarden (de mest levert ook voedsel op in de vorm van kevers en regenwormen). Het voorkomen van mussen en spreeuwen bij broedplaatsen kan worden gestimuleerd (alternatieve voedselbron bij muizen schaarste).
Veel steenuilen verdrinken in drinkwaterbakken voor het vee. STONE ontwikkelde een bak waar de steenuilen snel weer uit kunnen klauteren. Ze zijn er in twee formaten. De bakken zijn te koop in de webshop van Vogelbescherming. Steenuilen-broedsels gaan niet zelden verloren door marter-predatie. Wie dat wil voorkomen, kan een speciaal ontwikkelde nestkast plaatsen waar de marters niet in kunnen en de steenuilen wél. Ook verkrijgbaar bij Vogelbescherming. (bron : vogelbescherming)