zaterdag 13 januari 2018

Zwarte Zeekoet

Zwarte Zeekoet

Je moet een blog een naam geven en omdat de Zwarte Zeekoet tot de rode soorten behoort, krijgt deze blog die naam. 
Maar eigenlijk is het gewoon de Zuidpier van IJmuiden.

Zaterdag 13 januari 2018, een mooie dag om er eens op uit te gaan. 

Het is al weer even geleden dat we over de Zuidpier van IJmuiden gelopen hebben.

Een plaats voor wandelaars, vissers en vogelaars.

Viswedstrijd

Lekker uitwaaien op de pier en daarnaast is er altijd wel wat te zien. De golven tegen de pier, een visser die zijn aas ver in het water gooit of een vogel die langs vliegt of zich ophoudt langs de waterkant.

Zuidpier

Blik op Jan van Gent
Noordpier
Nu, dit keer genoeg gezien en op de foto kunnen zetten. Zoveel dat het wel drie blogjes oplevert. Prachtig om op de foto’s te zetten zijn de sneeuwgorsjes en de lopertjes. En die verdienen allebei een eigen blog.
Dit keer een overzicht van de pier, zelfs nog gedeeltelijk in de mist, maar gelukkig was de dichte mist al opgetrokken. Of zoals een visser vertelde, de vuurtoren was helemaal opgegaan in de mist.
Veel vissers op de pier, een wedstrijdje wie de meeste zou vangen. Aardige mensen, die bereidt zijn om een praatje te maken. Vogelaars, die elkaar de laatst geziene bijzondere vogel  vertellen.

Zwarte Zeekoet
Ja, en dan kom je zo maar op de Zwarte Zeekoet uit. “Een half uur geleden gezien hier vlak onder de pier, maar nu zwemt hij daar in de verte bij die vissersboot.” Te ver weg, maar ik mag een blik werpen door de scope. Plotseling vliegt de zeekoet op een komt vlak langs ons aangevlogen en valt neer in het water.

Zwarte Zeekoet
Kennelijk zit hier voldoende eten en regelmatig duikt de vogel onder om even later met een eten boven water te komen. Het beestje is te druk om op ons te letten en gaat rustig door met foerageren. 

Zwarte Zeekoet


Een leuke bonus.

Fuut met vis

Eider

Eider


Oeverpieper

Zilvermeeuw

Zilvermeeuw

Gewone zeehond

De Sneeuwgors

Sneeuwgors
Ieder jaar, rond deze periode, wonen er tijdelijk een groepje Sneeuwgorzen, aan de kust bij de Zuidpier in IJmuiden.
Het is al weer even geleden dat we aan de kust geweest zijn. Tijd om eens uit te waaien. De weerman voorspelt een klein zonnetje, maar het blijft een grauwe dag met in de morgen zelfs mist. Als de mist optrekt komt er zelfs een heel klein beetje licht tussen het wolkendek door.

Zuidpier IJmuiden
Het is rustig op aan het strand en al snel zien we de Sneeuwgorsjes als groep heen en weer vliegen rond een smalle duin rij, om regelmatig even neer te vallen en zich te goed te doen aan de zaden.
De vogeltjes zijn wandelaars langs het strand wel gewend en eten rustig door, ook al klinken de klikken van de camera’s in de buurt.

Sneeuwgorzen langs de kust

Foto op afstand
Wat een prachtig vogeltje. Een bonus op die op de foto te mogen zetten.
Bijzonder, dat de mannetjes tijdens broedseizoen wit/zwart gekleurd zijn en nu dezelfde kleuren hebben als de vrouwtjes.
De dag is al geslaagd. Maar de Drieteentjes, Steenlopers, Zeekoet en Paarse Strandloper zijn ook mooi om te zien.








SNEEUWGORS
Sneeuwgorzen broeden in kale, rotsige gebieden in het noorden en komen naar Nederland toe om te overwinteren. 
De sneeuwgors is sterk gebonden aan de kust en de grootste groepen worden vooral gezien in het oostelijke Waddengebied. In het binnenland is de soort zeldzaam. 
De landelijke aantallen schommelen van jaar tot jaar, in de beste jaren zullen enkele duizenden sneeuwgorzen in Nederland verblijven. 
Als ze vliegen vallen gelijk de witte vlekken op de vleugels op en weet je gelijk dat het sneeuwgorzen zijn.


Mannetjes in broedkleed zijn geheel wit met een zwarte rug, mantel, schouderveren, vleugelpunt en binnenstaart, en een zwarte snavel. Vrouwtjes hebben 's zomers enige bruine tekening op de kop, zijhals en rug. In de winter zien de vogels er grotendeels hetzelfde eruit met rossige geelbruine tint op de kop, zijborst en rug, de mantel en rug zijn geelbruin met zwarte strepen. De bovenvleugels zijn wit met zwarte uiteinden. Vrouwtjes en onvolwassen vogels hebben minder wit op de bovenvleugels.



GELUID
Meest gehoorde roep een zachte kanarie-achtige roller, maar als in een grote groep al snel opgemerkt, dan ook geregeld snerpende irritatieroepjes. In vlucht ook een helder, fluitend "tjieoe". Zang een kort hees gekwetter, doet aan veldleeuwerik denken.


LEEFGEBIED
Sneeuwgorzen zijn 's winters te vinden aan de kust in open gebieden zoals stranden, zeereep, kwelders, dijken en braakliggend terrein. Ze broeden in hooggebergtes, boomloze hoogvenen en toendra en aan de noordelijke rotskusten.



VOEDSEL
Voornamelijk zaden maar in het broedseizoen ook ongewervelden. De jongen worden alleen hiermee gevoed, waaronder een grote variƫteit aan insecten (schietmotten, vlinders, wantsen, kevers) en spinnen. Zal in Nederland vaakst worden aangetroffen laag lopend en rennend over de grond, zaden zoekend tussen de lage vegetatie. Foerageert geregeld in grotere groepen samen met strandleeuwerik en ijsgorzen.



VOGELTREK
Trekvogel, in Nederland het meest tussen half oktober en eind november. Grootste deel van de vogels verlaat broedgebied, vrouwtjes trekken zuidelijker dan mannetjes. Over de trek is niet veel bekend, wel dat in Europa vogels voorkomen van Oost-Groenland, IJsland, Noorwegen en oostelijker, terwijl vogels van West-Groenland en westelijker in Noord-Amerika overwinteren.

Maar weinig zangvogels broeden zo ver naar het noorden als de sneeuwgors. Het belangrijkste broedgebied in Europa loopt langs de kust van Scandinaviƫ en Rusland, maar ook op IJsland bevindt zich een broedpopulatie. De meeste sneeuwgorzen overwinteren langs de kusten van de Oostzee. Kleinere aantallen overwinteren langs de Noordzee, waaronder ook de Nederlandse kusten. (bron: Vogelbescherming.nl)

zaterdag 6 januari 2018

29 meesjes en 1 roodborstje

Pimpelmees

Zaterdag ga ik klussen in de Molenpolder, meldt Henk, en als het even kan zetten ik ook een paar netjes open.

mistnet
Natuurlijk ga ik mee de polder in. Lekker buiten zijn en het weer werkt geweldig mee.
Het is windstil en droog. Wat willen we nog meer.
Het klussen valt mee en de netten kunnen worden neergezet. Jammer, Henk heeft maar ƩƩn geluidsetje bij hem. En het mezengeluid werkt.

Koolmees

Staartmees
Na een uurtje stilte rond- en in de netten, meldt zich een roodborstje. Hij weet wat het is om in het net gevangen te worden. De vogel heeft al een ring om en wordt dus als terugmelding gerapporteerd. Als de ringgegevens zijn ingevoerd in de landelijke database wordt duidelijk waar en van wie het roodborstje een ring gekregen heeft.

Koolmees

Pimpelmees

Staartmees
Dan melden de mezen zich. Een groepje pimpelmezen en vervolgens een aantal koolmezen, gevolgd door een clubje staartmezen.

Pimpelmees

Staartmees

Koolmees
Ook van de staartmezen zijn er al enkele die een ring hebben. Het leuke is, dat de ringen opvolgend zijn, hetgeen inhoud dat ze een vorig keer gezamenlijk zijn gevangen en nu dus nog steeds een groep vormen. Op zich een leuke waarneming.

Koolmees

Staartmees

Pimpelmees
Zoals gebruikelijk klinkt bij het uithalen van de mezen regelmatig een ‘au ‘. Mezen zijn echte bijtertjes en proberen een velletje stuk te bijten. Maar goed dat hoort er bij.

Pimpelmees

Koolmees

Staartmees

Koolmees

Pimpelmees

Staartmees

Staartmees

Pimpelmees

Staartmees

Pimpelmees
Was gewoon even lekker, om na enkele dagen van veel wind en regen, weer eens in de natuur te lopen en bezig te zijn.

Molenpolder 08.30 uur

Molenpolder 13.00 uur